26 nov. 2009

Masculiene straattaal in feminien onderwijs

Vandaag bezocht ik de conferentie Resultaat met taal! georganiseerd door CPS. Er waren boeiende presentaties en workshops over doorlopende leerlijnen taal en rekenen. Eén van centrale presentatoren was de socioloog Ilias El Hadioui. Hij sprak over het fenomeen straattaal en wat je daar in het onderwijs wel of niet mee moet. Eerder schreef hij het essay: Hoe straat de school binnendringt.

Straattaal is volgens hem vooral ontstaan in de grote steden waar individualisering, multiculturalisering, anonimisering (m.n. in de openbare ruimte) en globalisering de centrale processen vormen. In de lege anonieme ruimte grijpen jongeren hun kans: als er zoveel anonimiteit is in de openbare ruimte, niemand daar de baas speelt, dan nemen zij die positie wel in. Met kernwoorden als: IK ben het belangrijkste, IK eis respect, IK ben de baas en vrouwen zijn gebruiksvoorwerpen.

Veel jongeren zien straattaal als iets grappigs, iets om mee te spelen, om stoer mee te doen. Maar er is ook een groeiende groep jongeren -vooral in de grote steden- die straattaal en de straatcultuur zo geïnternaliseerd hebben, dat het hen ontbreekt aan een goede basistaal, aan basiscodes, voor wie straattaal en straatcultuur een vorm van achterstand is. Deze jongeren hebben een groot probleem. Bij deze jongeren botsen de verschillende codes van: de peergroupcultuur (de straatcultuur), de thuiscultuur en de schoolcultuur.

In de peergroupcultuur zijn de codes: masculine omgangsvormen, agressief, stoer, ruig, het recht van de sterkste, een neerbuigende houding naar vrouwen.
De thuiscultuur van deze jongeren kenmerkt zich vaak door traditionele waarden en normen waarin veel respect is voor de vrouwelijke familieleden, relaties tot deze vrouwen kennen een zekere afstandelijkheid.
De schoolcultuur is vooral feminiem met veel overleg, begrip, gelijkheid tussen vrouwen en mannen.

De codes van deze drie culturen staan haaks op elkaar. Als gevolg hiervan zijn deze jongeren niet in staat om op een goede manier om te gaan met vrouwen buiten hun familiekring.

El Hadioui liet het reclamefilmpje van DE omastraattaal zien en een RTL-journaal in straattaal. Achterliggende gedachte bij de opdrachtgevers van deze filmpjes: spreek de taal van de jongeren en trek ze zo naar de onderwerpen waarvan jij wil dat ze daar kennis mee maken. Helaas (volgens El Hadioui) zijn er ook veel mensen in het onderwijs die straattaal (al dan niet spelenderwijs of als illustratie van 'ludiek' taalgebruik) de school binnenhalen.

Niet doen, was zijn devies. Hij schreef daarover een essay 'Hoe de straat de school binnendringt'. Straatcultuur zou in zijn visie een destructieve werking hebben op de onderwijskundige ontwikkeling van jongeren. Als je de masculiene straattaal binnenhaalt, zal die het altijd winnen van de feminiene onderwijscultuur. Houd die dus buiten, ga voor de waarden die in onderwijs belangrijk zijn en laat de straattaal op straat. Straattaal is niet 'leuk'. Van je eigen kinderen zou je het ook niet pikken als ze het spreken, doe het dan ook niet met je leerlingen.

Maak jongeren duidelijk dat je dat gedrag en die taal niet accepteert binnen de muren van de school. Probeer samen te werken met ouders, vorm een vitale coalitie. Maak centrale actiepunten als met als kernwoorden: bewustwording, belang, betrokkenheid en bekwaamheid.

Onderstaand filmpje is dus niet leuk, niet geschikt voor het onderwijs en je moet het vooral niet als lesmateriaal gebruiken.






Geen opmerkingen: